24-05-17

Over de Waalse taal

OVER WAALS

 

  

Wat is Waals?

 

Waals is afgeleid uit Latijn, niet uit het klassieke Latijn, maar uit het Volkslatijn, dat van de Romeinse soldaten en kooplui, net als het Portugees, Spaans, Katalaans, Oksitaans, Frans, Italiaans, en Roemeens.

 

 

Is Waals Romaans ?

 

Ongeveer 70 % van zijn woordenschat is van Latijnse oorsprong. Veel van die worden stammen uit hetzelfde Latijnse basiswoord als het Franse gelijkbetekenend woord; andere spruiten uit een ander Latijns woord dan dat, waar het gelijkbetekenend Frans woord vandaan komt.

 

b.v. (L) venire (W) vinu (F) venir = (N) komen

(L) cathedra (W) tchèyêre (F) chaise = (N) stoel

(L) mulgere (W) moude (F) = (N) melken

(L) trahere (W) - (F) traire

 

Van 15 tot 20 % zijn van Germaanse oorsprong, waarvan meer dan 75 % uit het Nederlands komen. De rest is van eigen woordvorming, of komt uit andere talen : Italiaans ( muziek ), Engels ( sport, kledij, enz. ), . ..

 

 

Is Waals een taal als de andere?

 

l Waals telt 4 dialecten.

 

Het is verdeeld in 4 dialecten : het oosterse (dichterbij het Duits), het centrale, het westerse ( dit laatste sterker onder Franse invloed) en het zuiderse.

De verschillen in woordenschat betreffen ongeveer 1,5 % van de woorden. Inderdaad de gehele woordenschat van de Waalse taal bedraagt, acht men, 70.000 woorden, waarvan ongeveer l. 000 twee ( een beetje meer dan 900) of meer vormen hebben, die tamelijk veel van elkaar afwijken.

Deze woorden worden echter veelgebruikt en hun belang is bijgevolg groter dan hun percentage laat vermoeden. Het kan op 5 à 10 geschat worden van het gebruikte woordenschat.

Het gebrek aan eenheid vloeit voort uit het feit, dat eerst Latijn, dan Frans de voertaal van de school waren, terwijl deze laatste taal Latijn reeds in de XIIIde eeuw vervangen had als administratieve taal.

Er werd geschreven om onze vervreemding te rechtvaardigen, dat: "De Walen, in de XIIIde eeuw, zonder enige. druk, Frans als kultuurtaal verkozen hebben".

Dit luidt belachelijk, als we denken aan de sociale toestand die in onze streken heerste in de Middeleeuwen.

Natuurlijk varen een paar mensen machtig en konden beslissingen treffen: de Prins-Bisschop van Luik, de Graven van Namen, Henegouwen en Vlaanderen, en de Hertogen van Luxemburg en Brabant, en die kozen Frans als hoftaal. Vanzelfsprekend kozen hun en hun leenmannen de taal vanhun leenheer. De rest van de bevolking moest maar gehoorzamen en had teveel zorgen met zijn dagelijks. bestaan om zich met kultuur en taal te bemoeien.

Bijgevolg werden de Walen nooit gekonfronteerd met het probleem van de schepping van een eigen wetenschappelijke en abstrakte taal. Frans kende dat probleem en faalde. De wetenschappelijke en abstrakte woorden, die in het Frans voorkomen, komen uit het Latijn of Grieks.

Datzelfde gebrek aan eenheid bestaat trouwens in veel andere talen, waarvan het gebruiksgebied beperkt is, en waarvan het gebruik niet officieel geworden is.

De inwoners van de centrale streek verstaan de uitgezonden toneelstukken, die in de dialekten van de andere streken uitgezonden worden, zonder bijzondere moeite, maar de tijd, die aan de Waalse taal toebedeeld wordt is drastisch beperkt.

 

2 Waals is een volwaardige taal.

 

Om deze bewering te bewijzen volstaat het de verschillen te tonen tussen Waals en de taal, die er het meest op lijkt, d.w.z. Frans.

 

(a) Klanken

 

Waals heeft 42 verschillende klanken, terwijl Frans er maar 37 telt, maar Waals heeft er 7, die Frans niet terwijl Frans er twee heeft, die in het Waals onbekend zijn. Daarbij komt nog , dat veel klanken, die beide talen gemeenschappelijk bezitten, niet op dezelfde plaats in de mond gevormd worden in de ene als in de andere.

Veel klankgroeperingen van het Waals zijn in het Frans onbekend, en een paar, die in het Frans heel gewoon zijn, zijn in het Waals onbekend.

 

b.v. (W) dji =(N) ik

(W) tchaur =(N) boerenkar

/skr/ bij het begin van een woord (W) scrîre =(N) schrijven

/spl/  ook bji het begin van een woord (W) sploussî = ( N) doppen

bestaan niet in het Frans maar (F) Blois ( in Frankrijk )

(F) groin ( = (N) snuit ) ontbreken in het Waals.

 

De uitspraakpolitiek van afkappen en verbinden is vaak verschillend :

b.v. (F) S' il touche (W) S' i djond =(N) Als hij aanraakt

(F) SI elle touche (W) S' èle djond =(N) Als zij aanraakt

(F) Quand il vient (W) Quand / i vint =(N) Als hij komt .

(F) Un petit enfant (W) On p'tit / èfant =(N) Een klein kind

 

Om vollediger te zijn, moeten wij erbij dat de beklemtoning die vroeger vaak verschilde, nu heel gelijkend geworden is.

 

(b) Woordenschat.

 

1) Waals bouwt aktieve zelfstandige naamwoorden met het achtervoegsel -ADJE. Ze hebben dezelfde waarde als een gesubstantiveerde infinitief.

b v. djouwer ( =(N) spelen) li djeu =(N) het spel > li djouwadje =(N) het spelen

 

2) Bepaalde voorvoegsels, als CA- of CO-, die ""herhaling"" of ""voortzetting"' betekenen, en RACA- , "overdreven herhaling of voortzetting", zijn eigen aan de Waalse taal.

b.v. boûre (=(N) koken)>CAboûre (= (N) lang koken ); RACAboûre (= (N) te lang koken )

 

3) Dit is ook het geval met het voorvoegsel " RA- ver afgelegen"

b.v. Gn-a dès-ans èt dès razans =(N) Lange jaren geleden

Nos tayons èt nos ratayons =(N) Onze voorouders en –vaderen

 

 

4) Nadering wordt gewoonlijk uitgedrukt met een voorvoegsel : A-, dat  uit het Latijn komt en veel vruchtbaarder is geweest dan in het Frans.

 

 b.v. (N) Ik zend een pakket naar Brussel. ( = verwijdering )

 (W) Dj' èvôye on colis à Brussèl.

 (F) J' envoie un colis à Bruxelles.

 

 (N) Hij zendt mij een pakket van Brussel. ( = nadering )

 (W) I m' avôye on colis d' Brussèl.

 (F) Il  m' envoie un colis de Bruxelles.

 

 

(c) Vormleer en zinsbouw

 

Ik heb 45 verschillen in de vormleer en meer dan 100 in de syntaxis ontdekt, en de lijst is verre van volledig.

 

1 Typisch is het ontbreken van een aanwijzend bijvoeglijk voornaamwoord, dat betreffende de afstand niets bepaalt, net als in de Germaanse talen, terwijl er in het Frans een bestaat.

b. v  (F) ce garçon-ci ( dichtbij ) (W) ci gamin-ci (N) deze jongen

               ce garçon

               ce garçon-là ( afgelegen)      ci gamin-là         die jongen

 

2 Het meervoud van alle zelfstandige naamwoorden wordt met -S gevormd.

b.v. on chame > dès chames  (N ) een zetel > zetels

on tchaur > dès tchaurs                 een boerenkar > boerenkarren

on tch' vau  > dès tch' vaus           een paard > paarden                 (F) -al,-aux

on canâl > dès canâls                    een kanaal > kanalen                (F) -al,-aux

on travau > dès travaus                een fabriek > fabrieken             (F)-ail, -aux

 

3 Een ander geval is : de normale plaats van het bijvoeglijk voor het bepaalde zelfstandig naamwoord, als in de Germaanse talen.

b.v. (W) one rodje maujo (F) une maison rouge

(N) een rood huis  (I) una casa rossa  (E) a red house  (Esp) una casa roja  (D) ein rotes Haus

 

4 Typisch is ook de onveranderlijke plaats van het voorwerp persoonlijk voornaamwoord : tussen onderwerp en vervoegde vorm van het werkwoord, wat in het Frans soms het geval is, soms niet.

b.v. (W) Dji vos dispièterè  (F) Je vous éveillerai  (N) Ik zal u wekken

              Dji vos l' dîrè               Je vous le dirai            Ik zal het u zeggen

              Dji vos l' va dîre          Je vais vous le dire      Ik ga het u zeggen

 

 

5 Waals gebruikt AWÈ (=hebben) als hulpwerkwoord bij een werkwoord dat een handeling, en IÈSSE (=zijn) bij een dat een toestand uitdrukt, net als Engels.

 

b.v.  (W) Dj’ a trèbuké èt dj' a tcheû. =( N) “heb” gevallen

(E) I have stumbled and ( have ) fallen.   (N) Ik heb gestruikeld en ben gevallen.

(F) J'ai (=hebben) trébuché et je suis (=zijn) tombé.

 

 6 Het gebruik van voorzetsels is ook heel verschillend.

 b.v. (N) boos OP  (W) mwaîs APRÈS (=naar) (F) fâché CONTRE (=tegen)

 

Sinds 1900 heeft de Waalse taal een eigen spelling, die nu door alle Waalse schrijvers gebruikt wordt.

 

 

Belgische begripsverwarring

 

Honderdvijftig jaar Belgische staat blijkt voldoende om ons blind en doof te maken voor de verdrongen realiteiten van verleden en heden. Voor het verleden geldt dat de geschiedenis van de Nederlanden niet kan geschreven worden zonder de inbreng uit de Romaanse gebieden te honnoreren en dat - vice versa - het Walenland geen ander verleden heeft dan dit van, doorheen de eeuwen, deel van de Nederlanden te zijn geweest (en van het Heilige Roomse Rijk voor wat Luik betreft). Met betrekking tot het heden dient opgeruimd te worden met de, door de Waalse franskiljons handig gekreeerde en onderhouden, fiktie van Wallonie als deel van de frankofonie. De Walen zijn, evenmin als de verfranste Fransvlamingen, Fransen. Dit wist reeds Peter Benoit in de vorige eeuw, toen hij vooropstelde : " Het Frans is, noch zal ooit hun eigen taal zijn. Zou men willen geloven dat juist datgene wat in de ogen van de Vlamingen een oneindige weldaad voor onze Waalse broeders schijnt, nl. de overheersing van het Frans in België, integendeel wel het grootste ongeluk is dat hen treffen kan ? Zo zij geen Fransen zijn, dan kan de Franse taal hun niet eigen wezen en wordt zij de meest tyrannieke hinderpaal voor hun geestesontvoogding, hun echte beschaving en de volledige ontwikkeling van hun scheppend vernuft " (1). De bevindingen van P. Benoit werden onderschraagd door de vaststellingen van J,M. Gantois : " Fransen zijn de Walen in geen geval en het is van Vlaams-nationale zijde een noodlottig gezichtsbedrog (het) Walenland te beschouwen als een wezenlijk deel van de Franse natie. Het heeft integendeel niets met de grote buur gemeen dan een cultuurtaal, het Frans, dat het land uit de vreemde werd opgedrongen ter vervanging van zijn natuurlijke en geliefde eigen volkstaal, het Waals ". (2)

 

 

Gemeenschappelijk verleden

 

En wie menen zou dat dit historisch achterhaalde vaststellingen zijn, die geen waarde meer hebben voor het heden, dient slechts op een willekeurig Waals dorpsterrasje neer te strijken en zwijgend te luisteren naar de taal van de mensen die daar thuis zijn. Een eerste vereiste daartoe is natuurlijk te weten waar de begrenzingen van het Waals gebied liggen, zodat men zich te Aarlen niet nog in Wallonie waant. Daarover weet J.M. Gantois bescheid ; wij komen er verder op terug.

 

 

N.B.

 

(1) P. Benoit, Over de nationale toonkunst, 1874, p.87-88

(2) J.M. Gantois (Van Bijleveld), Nederland in Frankrijk, 1941, p.78

 

 

 

Roger Viroux

 

11:06 Gepost door Justitia et Veritas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |